Net gewend aan het relaxe ritme van het leven hier op Samet brak de laatste dag alweer aan. Om de dag goed te benutten besloten we via de rotsen naar de zuidpunt van het eiland te lopen. Veel stranden aan die kant hadden we nog niet eerder bezocht.
De eerste stranden waren makkelijk via een paadje tussendoor te bereiken, via het drukke Ao Wong Deuan liepen we naar het stillere Hat Saeng Thian.
Op een enkele toerist kwamen we niemand tegen en hadden dan ook het strand bijna voor ons zelf. Langs een soort van stenen beelden tuin, waarbij ronde stenen in kunstzinnige stapeltjes her en daar geplaatst waren en waarvan we geen idee hadden wat het voor moest stellen liepen naar het einde van het strand. Daar was het even zoeken hoe we verder moesten, het desbetreffende paadje werd duidelijk niet al te vaak gebruikt.
We kwamen uit bij een complex van hutjes wat op 2 hutjes na helemaal leeg stond. Het had dan ook wel wat vreemds zo langs al die leeg staande hutjes te lopen en dan op het totaal lege strand één gezin te zien zitten.
Heel wat anders dan de stranden richting het noorden, daar is het weer het andere uiterste. Daar zijn de rustige restaurantjes op het strand en de simpele hutjes veranderd in luxe resorts voorzien van alle luxe en entertainment.

En verder gingen we weer via de rotsen. We liepen van steen naar steen, stopten af en toe om wat water te drinken en te genieten van de golven die zo nu en dan met flink geweld tegen de rotsen botste.
Het was een vrij lang stuk lopen en klimmen voordat er enig zicht op een strand was. We hadden het warm en erg toe aan wat schaduw en wat te drinken. Het strand dat we zagen kwam dichterbij en we zagen ons al in gedachte zitten met een koude cola in onze handen. Totdat manlief een gebaar maakte dat we stil moesten zijn. Op de laatste rotsen voordat het strand begon lagen twee mannen onder de bomen te slapen. We liepen zachtjes langs en gingen op zoek naar iets waar je wat te drinken kon kopen. Maar voordat we een blik op het strand hadden kunnen werpen kwam er een man op ons afrennen die in onverstaanbaar engels tegen ons begon te praten. Manlief en ik begrepen er niets van behalve dat we met hem mee moesten lopen. We volgde de man en kwamen terecht in een zeer luxe resort waar we opgewacht werden door een engels sprekende man die we wel verstonden.
We bleken op een of ander privé resort terecht te zijn gekomen waar we eigenlijk niet gewenst waren. Gelukkig had de man in de gaten dat we wel toe waren aan wat drinken en mochten plaats nemen in een soort van openlucht restaurant waar we drie heerlijk koude cola bestelden.
Enigszins ongemakkelijk voelde ik me wel, we zagen er na ons tochtje niet echt netjes meer uit en vielen wel op tussen deze luxe. De weinige mensen die ik zag zagen er allemaal netjes gekleed uit en werden zelfs vervoerd met een soort van golfkarretje.
Het gevoel van ongemakkelijkheid werd nog groter toen we de rekening kregen, 350 bath voor drie cola. Met een stalen gezicht alsof het de normaalste prijs van de wereld was rekende we af en liepen terug naar het strand om het laatste stuk tot de zuidpunt via de rotsen te lopen.
Echter stond de zee al aardig hoog en leek het ons niet verstandig over de rotsen verder te lopen. Weer kwam een slecht engels sprekende bewaker naar ons toe die ons via de luxe bungalowhuisjes naar de binnen weg van het eiland bracht waar we weer verder konden.

Nadat de bewaker ons de weg had gewezen verdween hij weer uit zicht. Intussen begon de lucht boven ons hoofd aardig te betrekken en we besloten dan ook maar niet verder te lopen naar de zuidpunt maar via het Tay Koh viewpoint terug te lopen naar ons eigen strandje waar we voor de laatste keer een duik in zee namen.


Oude achtergelaten auto. Je vraagt je af hoe de knik erin is gekomen.

Advertisements