Het was nog vroeg in de morgen toen ons vliegruig in Hong Hong zijn wielen aan de grond zette. We waren eigenlijk best moe, ondanks een aantal uur slapen en bij zoonlief was de koorts weer op komen spelen. Een paar dagen voor ons vertrek had hij ergens een koutje opgelopen en had nog steeds koorts tegen de avond en wanneer hij moe werd. Gelukkig voelde hij zich niet echt ziek, maar een paar uur slaap zou geen kwaad kunnen.
Met een lekker bed in het vooruitzicht liepen we naar de douane. Maar het lekkere bed zouden we pas enige uren later zien.

Nog voordat we de douane bereikt hadden kwam er een chinese dame op zoonlief afrennen. In haar hand zag ik nog net in de gauwigheid een oorthermometer en voordat ik een woord had kunnen zeggen was zoonlief beetgepakt en werd de thermometer in z’n oor geduwd. Natuurlijk gaf het ding koorts aan, maar dat werd voor de zekerheid wel een tweede keer gecheckt.
De arm van zoonlief werd niet meer losgelaten door de mevrouw en we mochten meelopen naar een soort van geimproviseerd kantoortje. Daar  graaide de mevrouw wat in het bureau en kwam terug met een mondkapje. Of zoonlief dat maar even om wilde doen en we mee wilde lopen voor een bezoek aan de dokter. Eerder mochten we het land niet in.
Veel keuze heb je niet, dus braaf volgden we de mevrouw en werden gedropt in een soort van cabine, welke een soort van onderzoekskamer voor moest stellen. Hier mochten we wachten op de dokter.
Het huilen stond zoonlief nader dan het lachen. Hij zag er maar triest uit met z’n bleke gezichtje, z’n haar nog duidelijk in de slaapstand van het vliegtuig en het mondkapje op.
Wat opbeurende woorden van mijn kant hadden wel wat effect en zoonlief wachtte stilletjes, maar zonder huilen, op de dokter.
De dokter arriveerde en onderzocht zoonlief. De longen werden beluisterd, de keel werd bekeken en ik mocht een hele waslijst van vragen invullen. Vragen over uit welk land we nu kwamen, of we in kippengriep gebieden of andere gebieden met de meest vreselijke ziektes gelopen hadden en zo ging dat even door.
Zoonlief werd nog een keer getemperatuurd en van alle kanten bekeken en ik maar uitleggen dat het in Nederland heel gewoon is dat je in februari verkouden bent want dat het halve land verkouden is.
Blijkbaar had ik m’n uitleg overtuigend genoeg gebracht want we mochten weer gaan, maar wel met het advies dat we zoonlief bij aankomst in het hotel even goed moesten laten slapen. Natuurlijk, dat wilden we zelf ook even.
Het mondkapje mocht ook weer af en we konden eindelijk naar de douane voor een paar stempels, onze bagage ophalen en op weg naar het ymca waar we de komende nachten door zouden brengen.

Om niet bij aankomst in Hong Kong eerst de halve stad door te hoeven op zoek naar een slaapplaats hadden we in nederland al een kamer in de ymca geboekt. Daar aangekomen bleek het nog zeker 2 uur te gaan duren voor we daadwerkelijk ook gebruik zouden kunnen maken van deze kamer.
Twee uur hangen in een lobby is niet echt aantrekkelijk, buiten was het redelijk fris met een spetter regen en zoonlief had het wel zo’n beetje gehad. Wat doe je dan, dan ga je maar in de eerste de beste Starbucks hangen met een flinke kop koffie en een croissant.
Eindelijk werd het 12 uur en konden we onze kamer in. De spullen werden ietwat achteloos in de hoek gegooid en alleen het nodige werd eruit gehaald, waarna we heerlijk in onze comfortabele bedden doken.
Die dag hebben we ook niet veel meer gedaan dan uitgeslapen en wat rond gelopen in de omgeving.(We hebben dan ook van onze eerste dag geen foto’s)
Maar we hoefden ook niet te racen en te haasten, we hadden nog 5 dagen Hong Kong in het vooruitzicht.

Vertrek

Advertisements