“Ik heb een veel beter plan dan winkelen op het dorp”, begint manlief als hij thuis komt van zijn werk, “we gaan gewoon lekker naar het strand”.
Eigenlijk moet er nog een paspoort geregeld, een cadeautje gekocht voor m’n moeder en heb ik hoognodig nieuwe spijkerbroeken nodig, maar het strand klinkt veel aantrekkelijker dan uren in de rij staan bij het gemeentehuis en puffend in een pashokje staan om er na 6 keer passen achter te komen dat alleen die eerste spijkerbroek leuk staat.

Een uurtje later zitten we in de auto richting strand, zoonlief heeft snel een schep en andere spullen bij elkaar verzameld om een kasteel te bouwen en fantaseert er flink op los hoe dat kasteel eruit moet komen te zien. De drukte op het strand valt mee en een plekje voor de auto is zo gevonden.
De zon schijnt volop en een behaaglijke temperatuur maakt het plaatje compleet, de regenbuien en de kou wordt uit onze hoofden geband en we genieten van het zomergevoel en de vakantiesfeer die op het strand hangt.
Op het terras mijmeren we over wat we allemaal in de vakantie kunnen gaan doen. Achter een glas rosébier, stokbrood met olie en olijven komen de meest mooie bestemmingen langs, worden het dagjes weg in Nederland, een stedentrip of toch een last-minute. Onze voorkeur gaat toch lichtelijk uit naar een stedentrip, maar het ligt er maar net aan wat er nog beschikbaar en -niet geheel onbelangrijk- betaalbaar is.
Wanneer zoonlief uitgebouwd is en een lichtelijke neigt tot zeuren, maken we hem lekker met een wandeling in de duinen. We hebben het grote geluk dat zoonlief van wandelen houdt en de duinen klinken erg aantrekkelijk.
“Mam, er ligt hier een vlieger”, horen we zoonlief roepen als we nog maar net tussen de duinen doorlopen. Ik roep nog ‘m te laten liggen, maar zoonlief komt al enthousiast aanrennen met een pakketje met een nog nieuwe vlieger erin. De vlieger ziet eruit alsof hij nog niet gebruikt is, het enige wat ontbreekt is één van de stokjes van het frame. Maar daar is zo een oplossing voor bedacht, een klein hol stokje uit de duinen doet prima dienst.
Na heel veel pogingen krijgt manlief de vlieger de lucht in, grote spelbreker hierbij is de wind die het erg leuk schijnt te vinden om met tussenpozen op te komen en weer te gaan liggen. Voor zoonlief duurt het hele spel tussen de wind en manlief te lang en staat met z’n voeten in de zee schelpen te zoeken, die met grote voorzichtigheid in m’n rugzak gestopt worden.
Wanneer we terug lopen naar de auto en staan te wachten voor het stoplicht pakt zoonlief m’n hand en zegt “Mama, ik heb een hele fijne dag gehad en…..ik heb niet eens in m’n neus gepeuterd.” (*) Ik heb maar niet aan hem uitgelegd waarom de mensen om ons heen allemaal in de lach schoten.

(*Zoonlief heeft nogal eens de neiging tot peuteren wat hem regelmatig een bloedneus bezorgd)

Advertisements