Vlak voordat ik zoonlief van school ga halen gaat de telefoon. Ik krijg manlief aan de lijn in een niet al te best humeur. De auto die vorige week een beurt en een keuring heeft gehad vertoond een dashboard als een kerstboom. Zenuwachtig knipperende lichtjes maken manlief zeer duidelijk dat er iets niet klopt met het peil van de remvloeistof. 
Hierna volgt natuurlijk de vraag of ik plannen heb voor die middag. Die heb ik niet en rij een paar uur later met zoonlief op de achterbank richting garage.

Bij de garage vind zoonlief het allemaal super interessant en probeert over de toonbank heen een glimp van de werkplaats op te vangen. Z’n speurende blik ontgaat de meneer achter de toonbank niet en neemt hem mee naar de werkplaats.
Zo’n vijf minuten later staat er een glimmende zoonlief voor me. Enthousiast verteld hij wat hij allemaal gezien heeft en eindigt met de mededeling dat hij later ook automonteur wil worden. Hiermee zijn arts, dierenarts, politieman, treinconducteur en kapper in plaats gezakt.

Met de remvloeistof weer op peil rij ik richting huis met op de achterbank een nog steeds glimmende zoon. En zo rijdend naar huis speelt me de gedachte door het hoofd wat er ooit overeind blijft van het hele rijtje beroepen.

Advertisements