Al vroeg zaten we voor het guesthouse te wachten op de bus die ons naar de boot zou brengen (Ook dat zat bij de prijs inbegrepen) Zo’n 20 minuten te laat kwam ons vervoer, geen bus maar een oude songthaew (Een soort van tot taxi omgebouwde pick-up) die ons niet naar de boot bracht maar naar het kantoorje van de reisorganisatie. Of we hier nog even wilden wachten.
Ach, we zijn er inmiddels aan gewend dat in Azixc3xab je overal moet wachten en alles langer duurt dan gepland.
We mochten plaats nemen in het kantoortje en binnen gekomen sloeg de twijfel al toe of het tripje naar het eiland wel was wat wij ervan bedacht hadden.
Binnen zaten al wat mensen te wachten. Enkel gekleed in badkleding en slippers zaten ze verveeld in een blaadje te staren.
Er werd geen boe of bah gezegd en zo zaten we zwijgzaam met elkaar te wachten. De meneer die ons naar de boot zou brengen zat driftig te bellen, hing op, pakte wat water en ging nog maar eens bellen. Manlief en zoon waren intussen maar naar buiten gegaan, waar zoonlief bij een oud vrouwtje biscuitjes scoorden, die bij nader inzien erg oudbakken bleken. De biscuitjes zijn dan ook in de prullenbak beland.
En eindelijk was de meneer uitgebeld en konden we op de weg naar de boot en op weg naar het eiland, dachten we.
Op de boot werden ons wat folders in hand geduwd en ons verteld dat we eerst gingen parasailen.
Parasailen? We waren toch op weg naar Ko Lan. Dat bleken we ook te zijn maar eerst mochten we dus gaan parasailen.
We werden gedropt op een soort van drijvend restaurant, met aan de voorkant twee rijen bankjes en een soort van plateau vanwaar je met de parachute de lucht in ging. Het plateau was afgeladen met japanse toeristen die het allemaal geweldig vonden.
We stonden dit alles zo’n beetje te observeren en kregen wederom de folders in onze hand gedrukt, of we toch niet wilden meedoen. “Very Cheap” kwam er nog achteraan en daarna werd het woord naar zoonlief gericht, of hij niet wilde.
Gelukkig voelt zoonlief altijd de dingen goed aan, en zei heel kortdaat “No”.
Nadat iedereen uitgesprongen is, mogen we weer plaatsnemen in de de boot. En eindelijk kunnen we op weg naar het eiland.
Of toch niet, halverwege worden we verzocht over te stappen naar een andere boot, een zogenaamde ‘glassbottom boat’. Die kende ik nog wel, van zo’n jaar of 10 geleden. Toen mochten we tijdens een excursie hiermee kennis maken.
Een goed plekje gezocht en de planken van de bodem werden opzij geschoven. Door de bodem van glas konden we nu onder water kijken. Okee, dit vond ik wel leuk en met een handdoek over m’n hoofd, die ik deelde met de buurvrouw (zodat de zon niet schitterde) genoten we van alles wat onder ons doorzwom. Tot er een andere mevrouw begon te gillen dat ze het warm had en naar het eiland wilde, en dat gebeurde dus ook.

Aangekomen op het eiland werden we verzocht om plaats te nemen op de bankjes die in een soort van restaurant stonden. Daar kregen we uitleg over de tijden van de lunch, de tijden van vertrek en wat info over het strand en de bijbehorende stoelen. Na het hele verhaal aangehoord te hebben vertrok het merendeel van de groep naar het strand. Maar wij wilden het eiland over en daarna pas daarna het strand. Dus werd de mevrouw die net het hele verhaal afgestoken had aangeschoten. Met een kaart in m’n handen met daarop aangeven twee weggetjes, waarvan een naar een viewingpoint leidde, vroeg ik haar hoe daar te komen.De mevrouw kijkt eens verbaast op de kaart en zegt vervolgens dat wandelen niet mogelijk is. Er zou alleen maar bos zijn en veel te moeilijk om te bewandelen. Maar eigenwijs als we zijn, toch op zoek gegaan naar een mogelijk om het eiland te bewandelen, de weggetjes stonden toch niet zomaar op de kaart.Via betonnen platen, die hier en daar kapot waren, klommen we naar een ander strand. Op het andere strand waren ze flink aan het bouwen om een nieuwe en groot opgezette boulevard neer te zetten. Aan het einde van het strand bevond zich een stenen trap naar boven. Boven aangekomen waren we even stil. Niets bos of ondoordringbare jungle, maar een nette bestrate weg inclusief brommertjes en taxi’s! We besloten de weg af te lopen en maar te kijken waar we uitkwamen. Na nog geen 15 minuten gewandeld te hebben kwamen we aan in een soort van dorpje. En zo liepen we relaxed te genieten van de huisjes en winkeltjes die er waren. Totdat zoonlief even niet uitkeek en ergens over struikelde. Even was het stil, waarna een hartverscheurend gehuil. Al troostend probeer ik zoonlief op te pakken maar dat ging niet. Zoonlief bleek tijdens de val met z’n arm in de put geschoten te zijn en zat dus vast. Intussen was het halve dorp uitgelopen, en stonden dus allemaal te kijken naar hoe ik dit op ging lossen. Eerst zoonlief bedaard waardoor ik z’n arm kon strekken en weer uit de put halen. Gelukkig deed alles het nog, het circus was over en iedereen ging weer verder en wij ook.Even verderop bleek een tempel te liggen en bleek ook gelijk een soort van dorpkern te zijn, compleet met wegwijzers. Het viewingpoint bleek helaas te ver weg te liggen en na wat rondgelopen te hebben besloten weer terug te gaan naar het strand. We namen een andere weg terug, welke wel langer bleek te zijn maar deze leidde ons wel langs de pier waar er dus meer toeristen bleken te zijn dan we dachten.


Durian

Weer aangekomen op ‘ons’ strand was iedereen al zo’n beetje klaar met de lunch. Maar gastvrij als de Thaien zijn, werd er nergens een probleem van gemaakt en kregen wij alsnog onze lunch. Een hele uitgebreide kan ik wel zeggen. Rijst, groente, vis en patat, zo uitgebreid hadden we tot nu toe niet geluncht. Zoonlief genoot van z’n patatjes en vis en vond het daarna tijd voor het bouwen van z’n zandkasteel. Er werden vrije stoelen opgezocht en zoonlief kon gaan graven en bouwen.
Al snel was het weer tijd om terug te gaan naar de boot die ons terug bracht naar Pattaya. Zoonlief had het intussen gehad en heeft de terugreis slapend doorgebracht terwijl wij in gesprek raakten met een Nederlands stel.
Het tripje naar het eiland was niet helemaal wat we ervan voorgesteld hadden, maar toch had het ons ons een leuke dag bezorgd en hebben we kunnen genieten van een, ondanks het feit dat er flink gebouwd wordt, een heel mooi eiland.
Terug gekomen in Pattaya hadden we het daar een beetje gehad en boekte dezelfde avond nog tickets voor de boot naar Ko Samet voor de volgende ochtend.
De avond bracht ons regen maar dat maakte ons niet meer uit, de andere dag zouden we Samet gaan. Het droogste eiland van Thailand.

Advertisements