Het vliegtuig landde netjes op tijd op de luchthaven van Bangkok. Zoonlief voelde zich meteen weer thuis en was al bezig z’n jas uit te trekken nog voordat de wielen de grond hadden geraakt.
Bij de douane moesten de papieren natuurlijk weer uitgebreid gecheckt worden. Het bolletje op een stokje, welke voor m’n neus op de balie stond, bleek een camera te zijn. Of ik daar maar even in wilde kijken, was het verzoek. Nu kom ik toch al wat jaren in Thailand, maar dit was compleet nieuw voor mij. Na het plaatje schieten mochten zoonlief en ik doorlopen, maar niet voordat zoonlief een snoepje in z’n hand geduwd kreeg

Wegens het late uur, het was al avond, besloten we met de taxi naar de buurt te gaan waar we tot nu toe altijd een leuk guesthouse hadden.
De laatste jaren zitten we eigenlijk altijd in dezelfde guesthouse wanneer we in Bangkok zijn. Men is daar vriendelijk en hebben hele grote kamers met een groot bed waar we met gemak met z’n driexc3xabn inpassen. Aangekomen bij het guesthouse gooiden we eigenlijk al uit gewoonte onze rugzakken naar binnen. Hierna gingen we eens vragen of ze een kamer vrij hadden.
Nu heb je als je met kinderen reist, die rond de 1 meter zijn, altijd bepaalde privileges. Je mag als eerste het vliegtuig in, vaak hoeven we voor zoonlief niet te betalen als het gaat om entree of vervoer en zet je kind op de balie van een guesthouse en je hebt eigenlijk altijd een kamer.
Maar in dit geval dus niet, compleet volgeboekt. We begrepen er niets van, het guesthouse zit in een achterafstraatje en werd eigenlijk meer gebruikt door thaien en toeristen die langer verblijven dan een paar nachten en vaak ook hun kamer compleet inrichten. Nu zagen we backpackers en andere toeristen heen en weren.
Op zoek naar een andere kamer dus. Blijkbaar was het nog steeds hoogseizoen want ook de volgende twee guesthouses zaten compleet volgeboekt. Tot we bij een guesthouse kwamen welke me na al die jaren nog nooit opgevallen was. Dit doordat je eerst een soort van parkeerplaats over moest voordat je bij de ingang was.
En hier hadden ze nog kamers vrij. Achter de meneer van de balie aan liepen we naar boven. Boven kwamen we in een gang terecht die me gelijk deed denken aan de gang van het guesthouse uit de film ‘The beach’. Een lange smalle gang met aan beide kanten deuren met raampjes erboven. Midden in de gang opende de meneer van de balie een deur, die van onze kamer.
Binnen rook het sterk naar insecten verdelgingsspray, maar het bed en de douche waren schoon en de kamer was, op een vreselijk behangetje en xc3xa9xc3xa9n kakkerlak na, netjes. En dus werd dit onze kamer voor de komende dagen.

De rugzakken werden uitgepakt en het werd tijd voor de inwendige mens. Vastgeroest als we zijn doken we ons vaste restaurantje in. Tijd voor een heerlijke currie en voor manlief en zoon fried rice. De laatste jaren is het steeds moeilijker om goed thais of vegetarisch te eten. Door het opkomen van het toerisme zijn de menukaarten in een hoop restaurant aangepast aan de smaak en wens van de toerist. Jammer, maar met een beetje zoeken zijn er nog wel goede restaurantjes te vinden en aan de straatstalletjes is het altijd goed eten.
Het restaurantje waar we al jaren komen is aan twee kanten open en gunt ons altijd een goede blik op wat er buiten gebeurt. Overdag staat de straat, welke tevens een sluiproute is voor taxi’s en tuk-tuks, vol met straatstalletjes. ‘s Avonds is de plaatselijke ijsleverancier open. Grote blokken met ijs worden vanuit een vrachtwagen naar binnen gedragen. Een aardig zware job, een voor een worden alle blokken op de schouder gedragen. Binnen worden de blokken gecruncht en overgegooid in zakken, klaar om afgeleverd te worden bij de klanten.
En dit elke avond weer opnieuw. Het soms raar om na een jaar terug te komen en hetzelfde ijsblokken ritueel weer te zien.

Laat als het inmiddels al was, doken we 7-eleven in voor wat te drinken op onze kamer. Zoonlief naar bed gebracht en wij stortte ons op het inmiddels vaste ritueel, een biertje en plannen maken voor de komende dagen.

Advertisements