In m’n avonddienst gisteren begon het op m’n werk al te sneeuwen. Enthousiast belde ik naar huis, maar thuis was geen enkele sneeuwvlok te bekennen. Alle hoop was dus gevestigd op vandaag. Zoonlief had al enkele malen het weerbericht gehoord en tuurde zo’n beetje om het uur naar buiten, maar helemaal niets kwam er uit de lucht dwarrelen.
Totdat we aan onze wekelijkse boodschappenellende begonnen. Hier en daar een voorzichtig vlokje wat nog bleef liggen ook. Met volle tassen liepen we door een al aardig wit wordende straat. Zoonlief zag zichzelf al helemaal op de slee zitten en werkte z’n broodje binnen no-time naar binnen. Iets waar hij normaal gesproken een half uur over doet.

De dierenarts zorgde ervoor dat de sneeuwpret nog even uitgesteld moest worden. De uitslag van het bloedonderzoek was binnen. Deze gaf een zeer hoge waarde aan van de lever wat kon duiden op een leverontsteking of een tumor in de lever. Of ik vanavond nog langs kon komen met Maffie. Natuurlijk, nadat ik m’n auto had uitgegraven gingen zoonlief en ik met kat op weg. In een slakkengang wel te verstaan, want inmiddels lag er een aardig pak sneeuw.
Om van het meest gunstige uit te gaan, een leverontsteking, kreeg ik anti-biotica mee en werd mij uitgelegd hoe ik elke dag een vochtinfuus aan moet brengen. Zoonlief vond het allemaal zeer interessant en wilde eigenlijk wel helpen.

Weer thuis was het dan eindelijk zover, zoonlief kon met slee naar buiten. Manlief ging ook mee, zij het ingepakt als een soort eskimo, hij heeft het niet zo op de winter.
Een rondje dorp werd gelopen, hier en daar sneeuwballen ontwijkend. Zoonlief helemaal gelukkig, voor hem kon het niet lang genoeg duren. Met rode wangen ging hij helemaal op in z’n fantasie. De slee maakte een spoor voor de kersttrein (van de film The polar express) zodat deze goed kon rijden.
Pas toen we zelf halve sneeuwmannetjes waren gingen we terug naar huis.
Mij hoor je voorlopig niet meer klagen over sneeuw.

Advertisements