26 december 2004, kerstfeest voor ons, een ramp voor Azië.
Al heel de avond loop ik te bedenken wat ik erover ga schrijven. Alles is al gezegd, alles is al beschreven of over geschreven…wat ga ik er nog aan toevoegen. Wat kan ik er nog aan toevoegen.
En eigenlijk kom ik tot de conclusie dat ik weinig kan toevoegen. Ik wil geen betoog gaan houden over het feit dat er in sommige delen van het rampgebied nog bitter weinig heropgebouwd is, dat er nog veel werk gedaan moet worden. Ik ga geen betoog houden over de trauma’s en het verdriet dat de overlevenden van de tsunami hun hele leven mee zullen dragen.

Wat ik wel wil is stilstaan bij de mensen die de ramp hebben meegemaakt. Sommige hebben voor mij een gezicht. Zoals de mensen op Phi Phi en Phuket. De mensen van de restaurantjes waar we aten, de mensen van de guesthouses waar we sliepen, die ene mevrouw met die luide stem uit het barretje waar we een paar keer wat dronken.
Anderen hebben voor mij geen gezicht, maar zijn er wel degelijk. Het zijn al deze mensen waar ik vanavond weer aan terug denk.
En niet alleen vanavond, we mogen deze mensen -als ook de overlevenden in Pakistan- niet vergeten.


PhiPhi 1994

We waren met nog een stel de enige in de baai. Er waren toen maar weinig guesthouses en alleen japanse dagjestoeristen.


PhiPhi 2002

Met onze zoon. Het eiland is aardig volgebouwd met guesthouses en restaurantjes.


PhiPhi december 2004

Advertisements